Tegenlicht in beeld

Redenen genoeg om met tegenlicht te fotograferen!

Standaard werd (en wordt) altijd gezegd: zorg dat je de zon in de rug hebt als je fotografeert. Het ‘regeltje’ is begrijpelijk, want volle zon in je lens zorgt voor flare op onverwachte plekken en kan in extreme gevallen zelfs beschadiging van je sensor veroorzaken. En toch… is er geen mooier licht dan tegenlicht!

Door tegenlicht kan ook de lichtmeter in de camera van slag raken. Fotografeer je op een automatische stand, dan zal de voorgrond en je hoofdonderwerp onderbelicht zijn in veel gevallen.

Toegegeven, als je de zon als fotograaf achter je houdt, heb je zelden last van dergelijke ongewenste zaken. Je weet echter ook bijna zeker dat je geen superspannende foto zult krijgen. Je onderwerp wordt immers in principe frontaal verlicht, wat over het algemeen weinig dynamiek aan je beeld zal geven.

Waarom wel tegenlicht? Daar zijn genoeg redenen voor!

Silhouetten

Door de achtergrond goed te belichten en te zorgen dat je voorgrond of hoofdonderwerp voldoende onderbelicht is, kun je mooie silhouetten creëren. Dit kan een sterk, grafisch beeld opleveren, mits je hoofdonderwerp ook op deze manier herkenbaar genoeg is.

Gundogs Erik van Rosmalen
Tijdens een bandshoot in de ondergaande zon hadden de heren van bluestrio
The Gundogs even pauze.

Transparantie

Misschien een open deur, maar wil je transparantie echt in beeld krijgen, dan zul je toch iets van het licht van achter moeten laten komen. Dat kan daarnaast ook helpen om structuren beter in beeld te brengen.

Geen geknepen ogen

Als ik portretten fotografeer in de buitenlucht en de zon schijnt, zorg ik ervoor dat de geportretteerde nooit recht in de zon kijkt. Door het felle licht gaat hij of zij al snel knijpen met de ogen, wat de expressie natuurlijk niet ten goede komt. Met zonlicht van achter (of opzij, maar in ieder geval buiten het blikveld van de geportretteerde) omzeil je dat probleem. Inflitsen helpt dan om toch een evenredige belichting te krijgen.

Ellen Erik van Rosmalen

Zachter licht

Direct zonlicht is als hoofdlicht meestal erg hard. Dat geeft onflatteuze schaduwen. Door de zon achter je onderwerp te houden kun je dat oplossen: met een reflectiescherm of een witte muur (schuin) van voren verzacht je het licht op je onderwerp.

Bijkomstigheid is tevens dat je met één lichtbron dan in feite een lichtopstelling met twee lichten simuleert: zacht licht van voren, wat harder accentlicht van achteren, zoals in dit portretje van Laura, waar de zon de enige lichtbron was:

Laura Erik van Rosmalen

Tegenlicht geeft mooie contouren

Het verschil tussen een braaf en veilig belicht onderwerp én een spannend beeld zit vaak in het contourlicht. Licht van achter (of in ieder geval van opzij) geeft bij portretten een mooi contour langs het haar. Het geeft diepte en tekent vormen af. Maar ook bij andere genres fotografie kan het diepte in je beeld brengen, bijvoorbeeld in landschaps– of natuurfotografie.

Flare en reflecties!

Toegegeven, in veel foto’s werkt het niet, is het hinderlijk en leidt het af van wat je wilt laten zien. Maar soms kunnen overstraling en lichtvlekken juist wat toevoegen. Je zou zelfs je zonnekap eens van de lens kunnen halen om het effect te vergroten. Het is een kwestie van experimenteren. En wil je het niet, dan zorg je uiteraard dat je altijd je zonnekap op je objectief houdt. Een goedgeplaatste hand net boven of naast de lens kan ook helpen reflecties te voorkomen.

Instagram distels tegenlicht

Kortom: moet je bang zijn om met tegenlicht te werken? Integendeel. Het ‘regeltje’, de zon achter je houden, is er om gebroken te worden. Maar doe het wel doordacht. Eventuele schade aan de sensor van je camera is tot daar aan toe, maar vol in de zon kijken door een lens kan ook gevaarlijk zijn voor je ogen. Wees dus wel voorzichtig en doe het doordacht.

Binnenkort zie je op mijn blog een reeks foto’s, gemaakt in Frankrijk, waarin tegenlicht centraal staat.

Dit artikel verscheen eerder op Photofacts.

Delen

PinIt

About Erik

Erik is fotograaf en tekstschrijver. Human interest ligt hem het beste. Mensen observeren en in beeld brengen is wat hem drijft. Met tekst of met foto’s. Het liefst beide.